BEHANDEL-CENTRUM >>> ZIEKTE
<<< Site overzicht : klik op het logo

 

 

 

DE OORZAAK VAN ZIEKTE: HET MAKEN VAN KEUZEN

We hebben in vorige hoofdstukken op deze website gezien dat het ontstaan van ziekte te maken heeft met de erfelijkheid, met de invloeden waaraan we ons na de geboorte hebben blootgesteld, met lichaam en geest, enzovoort.

Ik wil nu nog iets verder ingaan op de oorzaak van ziekte. Hoe komt het eigenlijk dat we ziek worden? Waarom zijn we niet gewoon lekker gezond? Als we een antwoord op dit soort vragen willen vinden, kan het verhelderend werken om eens een vergelijking te maken tussen de mens aan de ene kant en dieren en planten aan de andere kant. Er is namelijk een groot verschil dat ons in dit verband onmiddellijk opvalt: planten en dieren worden in de regel niet uit zichzelf ziek.

Er is een uitzondering op deze regel: planten en dieren waar de mens zich mee is gaan bemoeien, zijn wel vatbaar voor ziekten. Voor een deel is dit laatste een gevolg van het feit dat de mens actief probeert een deel van de natuur te vernietigen omdat hij er last van heeft. Bijvoorbeeld door het gebruik van rattegif, het spuiten met insecticiden en het gebruik van duizend en een andere middelen. Indirect maken we planten en dieren vatbaar voor ziekten doordat we ermee zijn gaan kweken en fokken. Alle groente-, fruit- en graangewassen zijn in bepaalde mate kunstmatig gekweekte produkten. Hoe verder ze afstaan van hun oorspronkelîjke (wilde) toestand, hoe vatbaarder ze zijn voor allerlei ziekten en hoe harder we moeten spuiten om ze 'gezond' op tafel te krijgen. De exotische katten en honden die we gefokt hebben, zijn misschien aardig om te zien, maar hoe verder we met dat fokken afdwalen van het oorspronkelijke ras, des te meer kwalen er zullen optreden. Een wolf heeft geen rugklachten, een teckel (halve hond hoog, anderhalve hond lang) des te meer.

Ook dieren en planten waar de mens zich niet direct mee bemoeit, krijgen steeds meer met ziekte te maken ten gevolge van milieuvervuiling, uitroeiing van voedselbronnen of juist door uitroeiing van natuurIijke vijanden. Voordat de mens zich met het milieu ging bemoeien, waren planten en dieren in het algemeen gezond. En als er al eens wat gebeurde, als een dier toevallig wat verkeerds naar binnen had gekregen, dan wist het instinctief zo te reageren dat de problemen snel opgelost waren. Dat kunnen we nu nog aan onze huisdieren zien. Als de kat zich niet lekker voelt, weigert hij al het eten en trekt zich terug tot hij zich beter voelt. Als de hond zich wat minder voelt, zal hij misschien gras gaan eten totdat hij moet overgeven en zijn maaginhoud naar buiten komt.

Waarop berust dit verschil tussen de mens enerzijds en planten en dieren anderzijds? In het kort kunnen we dat zo aangeven: planten en dieren volgen bepaalde natuurwetten, geven zich over aan het ritme van de natuur en verzetten zich daar niet tegen.

Wat een verschil met mensen! Het lijkt wel of wij voortdurend tegen allerlei natuurwetten ingaan. Dieren leven in het klimaat en in de omgeving waar ze thuis horen; mensen kunnen zich met behulp van centrale verwarming en andere knap bedachte zaken zelfs op de Noordpool vestigen. Dieren eten wat er in hun omgeving groeit en in het seizoen dat het groeit; mensen halen hun voeding van de andere kant van de wereld en zetten met Kerstmis een lekkere zomersalade op tafel. Dieren bewaren een zekere afstand tot elkaar, ieder dier heeft zijn eigen gebied, zijn territorium; mensen wonen boven op elkaar gepakt in flatgebouwen. Dieren geven zich over aan een vast ritme van waken en slapen; bij mensen wordt dat ritme nog al eens verstoord: ze kunnen's nachts werken en eten terwijl dat de tijd is die door de natuur bedoeld is om het lichaam te herstellen. Dieren eten niet meer dan ze nodig hebben en verbranden dat netjes door de beweging te nemen die ze nodig hebben. Mensen eten meer dan goed voor ze is, en ze hebben moeite dat te verwerken omdat ze de hele dag op hun stoel zitten. Mensen kunnen schadelijke voedings- en genotmiddelen tot zich nemen; de eerste ooievaar met een sigaar in zijn snavel moet nog gesignaleerd worden... . Het zijn allemaal voorbeelden om duidelijk te maken dat dieren (en planten) zich overgeven aan de natuurwetten en dat mensen zich er bij voorkeur aan onttrekken.

Dit verschil tussen de mens en de rest van de natuur is, zoals reeds onder Behandel-centrum > Holisme met de geest aangegeven, terug te brengen tot een oorzaak: de mens heeft bewustzijn en kan daardoor kiezen. Dieren hebben niets te kiezen, ze kunnen niets anders dan hun instinct volgen. Mensen hebben een keuze-mogelijkheid: de natuurwetten volgen of ertegenin gaan. Met zijn bewustzijn heeft de mens een geweldige mogelijkheid gekregen om zich te ontwikkelen, maar ook... om ten gevolge van verkeerde keuzen diep te vallen. Hij heeft de mogelijkheid gekregen keuzen te maken die ten koste gaan van zijn gezondheid, keuzen die verdriet en pijn kunnen veroorzaken.

Soms zijn de gevolgen van bepaalde keuzen heel direct voelbaar. Wanneer we er 's avonds voor kiezen om eens gezellig, met een kratje bier in de buurt, door te zakken, zijn de gevolgen daarvan op het einde van de avond of anders de volgende ochtend merkbaar. Misselijkheid, braken, hoofdpijn; het zijn allemaal de, weinig verrassende, gevolgen van alcohol. We wisten van tevoren wat de gevolgen zouden zijn, maar we kozen toch voor een 'gezellig' avondje. En niemand zal het verband tussen oorzaak (drank) en gevolg (kater) ontkennen. Er zijn in de geneeskunde een aantal van dit soort verbanden bekend. Ik wees al eerder op het verband tussen roken en kanker, tussen alcohol en lever- en hersenbeschadigingen, tussen vet eten en hart- en vaatziekten, tussen te hard rijden en invaliditeit. Van een heleboel ziekteklachten is dus een oorzaak bekend. En als de oorzaak van bepaalde aandoeningen bekend is, zouden mensen ze dus in een vroeg stadium kunnen proberen te voorkomen door andere keuzen te maken (anders eten, minder hard rijden).

Helaas werkt het in de praktijk niet zo. De meeste mensen zijn pas bereid andere keuzen te maken als ze geconfronteerd worden met een ernstige ziekte of met de naderende dood. Op het moment dat het te laat is dus. Tot die tijd is de algemene houding: het zal zo een vaart niet lopen, het zal mij wel niet overkomen. Raar dat er ondanks al die 'onkwetsbare' mensen toch zoveel slachtoffers vallen. Mensen zijn in dat opzicht zeldzaam optimistisch.

Zelfs in die gevallen waarbij een duidelijk verband bekend is tussen het maken van keuzen en het optreden van klachten is het dus voor ons mensen al moeilijk om andere, vitaliteitsverhogende, keuzen te maken. In het geval er geen duidelijke oorzaak van een bepaalde ziekte bekend is, is het nog veel moeilijker om bewust wat gezonder te gaan leven. We hebben gezien dat verbanden tussen oorzaak en gevolg vaak moeilijk te zien zijn door de vele specialismen die er bestaan, waardoor we het overzicht verliezen. Ook de tijd speelde een rol. Tussen drinken en een kater zit een korte tijd, het verband is duidelijk. Voor er ten gevolge van alcoholgebruik concentratiestoornissen en geheugenverlies optreden, kunnen er jaren verstreken zijn. Het verband is dan niet meer zo duidelijk.

Een andere bemoeilijkende factor wordt gevormd door het feit dat het lijkt of we langzamerhand met de gevolgen van elkaars keuzen zitten opgescheept. De keuze die de mens heeft gemaakt voor zijn eigen materiële welvaart en daarmee automatisch tegen een gezond milieu, heeft een aantal problemen met zich meegebracht die zich nu tegen onze gezondheid keren. Mensen worden ziek ten gevolge van milieuvervuiling, waterverontreiniging, radio-actieve straling, enzovoort.

Dit soort ziekte-oorzaken lijken niets meer met individuele keuzen van mensen te maken te hebben. Toch kunnen we altijd, ook als we ziek worden ten gevolge van zulke ongrijpbare zaken als milieuvervuiling, proberen door keuzen die we wel kunnen maken onze vitaliteit te vergroten. Daarnaast is het belangrijk dat we ons realiseren dat ook zaken als milieuvervuiling het gevolg zijn van een optelsom van individuele keuzen. Iedere individuele keuze om het met de 'vooruitgang' wat rustiger aan te doen, vergroot de gezondheidskansen voor ons zelf en vooral voor onze kinderen.

De laatste factor die het verband tussen oorzaak en ziektesymptomen bemoeilijkt en daardoor de mensen niet stimuleert om te veranderen, is de erfelijkheid. Als we bepaalde ziekten van onze ouders en voorouders geërfd hebben, kunnen we daar niets aan doen. Dat leidt er vaak toe dat mensen passief worden (of blijven). Toch hebben we gezien dat we door vitaliteitsverhogende keuzen te maken, binnen bepaalde grenzen, vaak nog redelijk gezond door het leven kunnen. Slechts bij een paar procent van de mensen die in een ziekenhuis terechtkomen, is er sprake van overgeërfde en ongeneeslijke ziekten. Ook overgeërfde ziekten zijn ergens in het voorgeslacht begonnen, doordat voorouders keuzen maakten die de levenskracht verminderden. Misschien begon alle ellende al bij Adam en Eva die van die appel hadden moeten afblijven...

 

DE ZIN VAN ZIEKTE

Dat brengt ons op de zin van ziekte, op de vraag van het waarom. Er zijn globaal twee opvattingen die wat zeggen over het waarom van ziekte.

DE KLASSIEK-GENEESKUNDIGE OPVATTING

In de eerste plaats is er de medisch-wetenschappelijke opvatting (waarvan reeds sprake onder Behandel-centrum > Klassieke geneeskunde): ziekte ontstaat door een ongelukkige samenloop van omstandigheden (bacteriën, enzovoort), niet altijd, maar meestal toevallig. Een aantal ziekten is te verklaren (de niet toevallige), maar bij het merendeel is men nog niet zover (de toevallige ziekten). Het is een kwestie van pech hebben. In veel gevallen is ziekte zinloos, altijd is ze lastig, en ze dient daarom (uit alle macht) bestreden te worden.

Over de klassiek-medische opvatting is inmiddels wel genoeg gezegd.

DE COMPLEMENTAIR-GENEESKUNDIGE OPVATTING

In de tweede plaats is er de complementaire opvatting (al aan bod gekomen onder Behandel-centrum > Complementaire geneeskunde): ziekte is niet toevallig; ze is een gevolg van menselijke keuzen, in het eigen verleden of in het voorgeslacht, die tegen de natuurwetten ingaan. Ziekte vormt zo een aanwijzing dat mensen op de verkeerde weg zijn. De juiste weg terug kunnen we vinden door onze ziektesymptomen te interpreteren, dat wil zeggen ernaar te luisteren.

Wat de natuurgeneeskundige opvatting betreft: wie natuurlijke wetten schendt, komt zichzelf tegen. Er wordt daarom bij iedere ziekte van uitgegaan dat ze veroorzaakt is doordat in het verleden verkeerde keuzen zijn gemaakt. Door die keuzen op te sporen en te herstellen wordt geprobeerd de ziekte overbodig te maken. Ziekte is immers een signaal dat er wat fout is met ons; als die fout hersteld is, is de ziekte dus overbodig geworden. Keuzen kunnen veranderd worden op het gebied van de voeding, het werk, relaties, men kan proberen vervelende karaktereigenschappen te veranderen, enzovoort.

Een vrij eenvoudige vorm van het maken van andere keuzen is bijvoorbeeld het veranderen van de voeding, om zo bepaalde klachten te voorkomen. Ouders van kinderen die eeuwig verkouden zijn en altijd met groene snottebellen lopen, kunnen er voor kiezen hun kinderen minder melk te geven omdat melk slijmvormend werkt. Of iemand met reumatische klachten kan zijn koffie laten staan omdat deze voor urinezuurafzetting in de weefsels kan zorgen. Iemand anders kan besluiten voortaan naar zijn werk te fietsen en zijn auto thuis te laten om zijn buikje te laten slinken en de kans op hart- en vaatziekten te verminderen. Weer iemand anders kan na een maagzweer ervoor kiezen het wat rustiger aan te doen op het werk of bijvoorbeeld een yogacursus te gaan volgen om zich beter te leren ontspannen.

Keuzen kunnen echter ook heel ingrijpend zijn en iemands leven totaal veranderen. Zo herinner ik me een vrouw van even in de dertig die multiple sclerose had. Dit is een ziekte waarbij degeneratieve plekken in de hersenen en het ruggemerg kunnen ontstaan. Het is een aandoening waarvoor officieel geen genezing mogelijk is. De kwaal wordt in de loop der jaren steeds erger. De patiënt kan zich steeds slechter bewegen en het eindigt er vaak mee dat hij of zij in een rolstoel terechtkomt. Ondanks deze sombere vooruitzichten zei de nog jonge patiënte na een paar behandelingen tegen me: 'Het klinkt raar, maar eigenlijk ben ik blij dat ik deze ziekte heb gekregen. Ik kan het tegen niemand zeggen, want de mensen worden kwaad als ik erover begin.' 'Hoe kun je nu zo iets zeggen van zo een afschuwelijke ziekte,' zeggen ze dan verontwaardigd. 'Maar toch,' zei ze, 'voel ik het zo. Ik ben er door mijn ziekte geestelijk gezien enorm op vooruitgegaan. Toen ik nog gezond was, draafde ik maar door in mijn werk, van het een naar het ander. Elk probleem van mezelf, elke twijfel die bij me opkwam, stopte ik weg door me nog fanatieker op mijn werk te storten. Ik gebruikte mijn werk als het ware als een vlucht om maar niet over mezelf te hoeven nadenken. Door mijn ziekte kan ik niet meer vluchten voor mijn twijfels en gevoelens die ergens diep in mij zitten. Ik ben over mezelf gaan nadenken, over wat ik doe en wat ik wil met het leven. Ik leef daardoor veel bewuster en rijker. Ik heb het gevoel dat mijn lichaam een beslissing heeft geforceerd die ik eigenlijk zelf had moeten nemen. Mijn lichaam zei: 'Tot hier en niet verder,' en belette me nog langer te vluchten in mijn werk. Mijn ziekte bracht me letterlijk en figuurlijk tot rust.'

Mogelijk klinkt een dergelijk verhaal u vreemd in de oren. Zoals gezegd zijn we immers voortdurend op de vlucht voor ziekte en pijn. Als men dan iemand ontmoet die er anders over denkt, is dat wel even wennen. Het voorbeeld geeft wel aan dat ziekte meer kan zijn dan alleen pijn en verdriet; het kan ook een begin zijn van een nieuwe leven.

Wat ook opvalt in dit voorbeeld is het feit dat andere mensen zo verontwaardigd reageerden als de patiënte vertelde van de positieve invloed die haar ziekte op haar had. Telkens blijkt dat praten over dit soort zaken bij veel mensen erg gevoelig ligt. In de eerste plaats heeft dat er waarschijnlijk mee te maken dat mensen niet gewend zijn aan het idee dat ze zelf een aandeel kunnen hebben in hun lichamelijke ziekte. Vaak willen mensen daar ook niet aan wennen, omdat dat betekent dat ze een aantal zaken zouden moeten veranderen. En dat is vaak niet zo eenvoudig. Daarnaast verwarren mensen de zin van ziekte vaak met de aangenaamheid ervan. 'Dacht u dat het zo een pretje was,' is dan de reactie, 'u zou eens vijf minuten de pijn moeten voelen die ik heb, dan praatte u wel anders.' Maar daar gaat het natuurlijk niet om: ziekte is nooit aangenaam. In de meeste gevallen is ze lastig, vervelend, pijnlijk en soms niet te dragen. Waar het om gaat, is of ziekte nu of later een waarde voor ons kan hebben door ons een richting op te sturen die beter voor ons is. Men moet daar dan wel open voor staan en actief worden, anders blijft men de rest van zijn leven tegen de ziekte vechten.

Als u midden in een ziekteproces zit, is het dikwijls moeilijk daar positief tegenover te staan. Vaak is er teveel pijn en kunnen we onvoldoende afstand nemen om nog een lichtpuntje te zien. Men kan dat vergelijken met iemand die door het verbreken van een relatie in een diepe depressie terechtkomt en aan het randje van zelfdoding staat. Tien jaar later kan hij of zij zeggen: 'Ik ben blij dat het toen is uitgegaan. Ik heb andere vrienden gekregen en me in een richting ontwikkeld waar ik me veel lekkerder voel dan ik anders waarschijnlijk ooit gedaan had.' De tijd die sindsdien verstreken is, maakt zo een oordeel mogelijk, maar iemand die midden in een crisis zit, is voor dergelijke afstandelijke argumenten natuurlijk ongevoelig. Dat geldt zeker voor iemand die te maken krijgt met een ernstige ziekte van zichzelf, van zijn partner, van zijn kind, of van een goede vriend. Relativeren is op dat moment niet mogelijk.

Onze wereld stort in elkaar door het optreden van een ernstige ziekte en het vooruitzicht van de dood. Soms kunnen we jaren later de zin van iemands dood zien, maar meestal zien we die zin nooit omdat we die alleen kunnen zien vanuit een bovenmenselijk perspectief. Het ontbreekt ons eenvoudig aan voldoende afstand om overal de zin van te zien.

Door ons oog te richten op de natuur waarin alles op een ongelooflijk fijnzinnige en zinvolle manier samenhangt en door de zinvolle gebeurtenissen in ons eigen leven als zodanig te herkennen, kunnen we echter het vertrouwen ontwikkelen dat, ook de dingen die ons boven de pet gaan, een zinvolle betekenis hebben.

 

 

«» Start « » Behandel-centrum « » Sauna-centrum « » Zonne-centrum «»