BEHANDEL-CENTRUM >>> KLASSIEKE GENEESKUNDE (SPECIALISME)
<<< Site overzicht : klik op het logo

 

 

 

SPECIALISME: DE VERDEELDE MENS

De moderne wetenschap probeert achter de waarheid te komen door het steeds verder opsplitsen der dingen. Allerlei uitvindingen (microscoop, elektronenmicroscoop en dergelijke) hebben het in de loop van de jaren mogelijk gemaakt om steeds kleinere deeltjes te ontdekken. zoals cellen, moleculen, atomen, elektronen, neutronen, enzovoort.

In de medische wetenschap was en is een soortgelijk proces aan de gang. Hoewel het de laatste jaren erg snel gaat, is deze ontwikkeling al heel lang geleden in gang gezet.

Heel lang geleden had men nog niet zo een oog voor afzonderlijke organen als men ziek werd. Men beschouwde de mens in zijn totaliteit als ziek of gezond. Ziekte werd direct in verband gebracht met een verstoorde relatie met de goden. Genezers waren dan ook meestal priesters die de zieke probeerden te genezen door de relatie godheid - mens te herstellen.

Ten tijde van de Grieken kwam er een eind aan deze zienswijze. Men begon een onderscheid te maken tussen lichaam en geest. Het geestelijke aspect van de mens werd uitbesteed aan priesters en filosofen, en de medici beperkten zich voortaan tot het lichamelijke gedeelte. Daarmee was de eerste opsplitsing van de mens tot stand gebracht. Een volgende, verdere opsplitsing kwam hier al snel achteraan. Het lichamelijke gedeelte werd opgesplitst in de afzonderlijke organen en deze organen werden los van elkaar beschouwd en behandeld.

Na de revolutionaire stap van de Grieken, in de laatste eeuwen voor Christus gedaan, heeft de medische wetenschap lange tijd min of meer stilgestaan. Totdat in de 16de eeuw de microscoop werd uitgevonden, een uitvinding die het mogelijk maakte de organen verder op te delen in weefsels en cellen. Weer dacht men een stukje dichter bij de waarheid omtrent ziekte en gezondheid te zijn gekomen. Later ontdekte men de verschillende bacteriën en legde men een oorzakelijk verband tussen de aanwezigheid van bepaalde bacteriën en het optreden van bepaalde ziekten.

Nu, in onze eeuw, neemt men nog veel kleinere deeltjes waar en probeert men tot in de details de moleculen waarin onze erfelijkheid is vastgelegd te bestuderen. Ligt hierin het geheim van het leven, van ziekte en gezondheid, besloten?

Voor al dit soort onderzoek is zoveel gedetailleerde kennis nodig dat het moeilijk is om zich daarnaast ook nog eens te verdiepen in andere gebieden van het menselijk lichaam. In feite geldt dit voor het gehele gebied van de moderne geneeskunde. De steeds verdergaande specialisatie heeft zoveel gedetailleerde informatie over de afzonderlijke lichaamsdelen en -functies losgemaakt, dat men zich wel moet specialiseren.

Specialisatie heeft voordelen, dat is duidelijk. Iemand kan door specialisatie ontzettend veel kennis opdoen over bepaalde lichaamsdelen. Een ingewikkelde hartoperatie is alleen mogelijk doordat de hartchirurg zich jarenlang vooral met het hart heeft beziggehouden en daar dus 'alles' van af weet.

De keerzijde van het zich richten op onderdelen is bijvoorbeeld het overbekende' doorverwijzen': een specialist onderzoekt 'zijn' deel van het lichaam, kan niets vinden en verwijst door naar zijn collega op de andere afdeling. Op zich kan het geen kwaad als men van alle kanten eens grondig wordt bekeken, afgezien van de risico's van de diverse onderzoeken en het ongemak voor de patiënt, maar de specialist kan daarbij op twee manieren 'de mist ingaan'. In de eerste plaats kan het gebeuren dat door het specialistisch onderzoek de oorzaak van de klachten wordt gemist. Dat kan bijvoorbeeld komen doordat, ondanks doorverwijzing, de patiënt niet bij de juiste specialist terechtkomt. Er wordt dus op de verkeerde plaatsen in het lichaam gezocht naar de oorzaak van de klachten. Maar het kan ook komen doordat de oorzaak op een ander, niet-lichamelijk niveau ligt waardoor hij door iedere specialist gemist wordt. De oorzaak kan bijvoorbeeld gelegen zijn in spanningen, of angst.

Weliswaar erkent men in de klassieke geneeskunde steeds meer het bestaan van psychosomatische klachten (lichamelijke klachten met een psychische oorzaak), maar tot een goede samenhangende aanpak van deze klachten komt het niet vaak. Meestal komt het erop neer dat een specialist de patiënt niet kan behandelen als hij niets tastbaars kan vinden. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld een traditionele Oosterse geneesheer. Bij Oosterse geneeswijze denken we al gauw aan acupunctuur en bij acupunctuur denken we al gauw aan het prikken met naalden. Dat prikken met naalden is echter maar een klein onderdeel van de geneesmethode zoals die in China werd toegepast. In het oude China was de acupunctuur veel meer. Ze was deel van een alles-omvattende geneesmethode waarbij rekening werd gehouden met leef-, woon- en werkomstandigheden, relaties, voeding enzovoort.

Wanneer een patiënt met een klacht bij een Westerse specialist komt, zal de behandeling heel anders uitpakken dan wanneer hij met dezelfde klacht naar bijvoorbeeld een klassiek acupuncturist gaat. Laten we als voorbeeld eens kijken naar de zogenaamde aangezichtspijn, een meestal bij aanvallen optredende pijn in het gelaat.

In de Westerse geneeskunde wordt dit als een plaatselijke aandoening beschouwd, namelijk van dat gebied dat door de vijfde hersenzenuw van prikkels wordt voorzien. Men kan de behandeling beginnen door de patiënt pijnstillers te geven. Omdat dit vaak niet afdoende is, geeft men de patiënt Tegretol (een middel dat ook bij epilepsie wordt gegeven en aardig wat bijwerkingen kan hebben). Haalt dit niets uit dan kan men proberen de betreffende zenuw te doden met bijvoorbeeld aIcoholinjecties. Tot slot kan men proberen de hersenzenuw die als oorzaak van de pijn wordt gezien, geheel of gedeeltelijk operatief te verwijderen.

De klassieke Oosterse acupuncturist ziet aangezichtspijn niet als een plaatselijke aandoening, maar plaatst de klacht in een groter geheel. In het algemeen beschouwt hij lichamelijke klachten als een gevolg van een onevenwichtige energieverdeling binnen het lichaam. De levensenergie, die bij tal van complementaire geneeswijzen een rol speelt, stroomt bij een gezond iemand in 24 uur door het hele lichaam. De banen waarlangs de energie stroomt noemt men meridianen. (De laatste jaren is de wetenschap erin geslaagd het bestaan van deze energiebanen aan te tonen; ze blijken precies zo te verlopen als de oude Chinezen 4000 jaar geleden al hadden ontdekt!). Wanneer nu deze energiestroom op de een of andere manier stagneert, dan zal dat leiden tot een teveel aan energie op de ene plaats en een tekort aan energie op de andere plaats. Hoewel meridianen onder het oppervlak van de huid lopen hebben ze ook verbindingen met de inwendige organen. Stagnatie van energie in de meridianen heeft dan ook gevolgen voor de gezondheidstoestand van de organen en andersom. De meridianen nu die over de kaken en de wangen (de plaats van de aangezichtspijn) lopen, hebben een relatie met de maag en de dikke darm. Naast het plaatsen van naalden in de meridianen om de energiecirculatie te bevorderen, zal de klassieke acupuncturist daarom ook maatregelen nemen om de functie van maag en darmen te herstellen. Hij zal daartoe aandacht besteden aan de voeding, maar ook aan het leefmilieu van de patiënt en aan mogelijk psychische oorzaken. Maag- en darmproblemen hangen immers vaak samen met spanning, ergernis, angst en andere psychische oorzaken.

Doordat de klassieke acupuncturist bij aangezichtspijn verder kijkt dan het stukje gelaat waar de pijn tot uiting komt, kiest hij voor een behandeling die op het eerste gezicht niets met de klacht te maken heeft. Toch blijkt in dit geval behandeling van maag en darmen uiteindelijk vaak het verdwijnen van de pijn in het gelaat ten gevolge te hebben. De oorzaak wordt aangepakt en de gevolgen, elders in het lichaam, verdwijnen daardoor. Omdat specialisten niet geoefend zijn in het zien van deze relaties, tussen organen onderling of tussen organen en de psyche, zullen ze niet vaak de werkelijke oorzaak van een klacht aanpakken. Dat zal alleen gebeuren als de oorzaak binnen het orgaan zelf is gelegen, iets wat zelden het geval zal zijn.

Dikwijls heeft een specialistische behandeling daardoor geen (blijvend) resultaat. Naast het niet aanpakken van de werkelijke oorzaak kent de specialistische behandeling een tweede nadeel, dat direct met het eerste in verband staat: de behandeling van een afzonderlijk orgaan kan leiden tot een ernstigere aandoening van een ander orgaan. Een huidspecialist behandelt bijvoorbeeld met succes het eczeem van een kind en iedereen is tevreden. De jaren daarna is het kind vaker verkouden dan tevoren en er ontwikkelen zich bronchitisachtige klachten. Het krijgt hiervoor regelmatig een antibiotica-kuurtje. Na verloop van tijd begint het kind steeds vaker te piepen; het wordt astmatisch. Dit is een verschuiving van klachten die men in de praktijk regelmatig ziet optreden, als men er tenminste op bedacht is. Dat men er in de klassieke geneeskunde niet altijd op bedacht is, heeft twee oorzaken. In de eerste plaats is dat de tijd die verstrijkt tussen het verdwijnen van de ene klacht en het verschijnen van de andere. Daar kunnen jaren tussen zitten, en dan is het leggen van een verband moeilijk. In de tweede plaats worden nieuwe klachten vaak weer door een andere specialist behandeld. En die richt zich voornamelijk op zijn eigen gebied en niet op wat er in het verleden op andere plaatsen in het lichaam is gebeurd.

Als verschuiving van klachten ook een verergering van klachten inhoudt, spreekt men van onderdrukking. Op dit nadelige gevolg van een specialistische behandeling kom ik nog uitgebreid terug.

 

«» Start « » Behandel-centrum « » Sauna-centrum « » Zonne-centrum «»