BEHANDEL-CENTRUM >>> GENEZING
<<< Site overzicht : klik op het logo

 

 

 

AAN U DE KEUZE...

U heeft zonet, onder Behandel-centrum > Ziekte, gelezen en geleerd dat alle ziekte, alle pijn de mens zichzelf op de hals heeft gehaald. Er is echter een troost: zoals verkeerde keuzen ons in het verleden van het rechte pad hebben afgebracht, kunnen juiste keuzen ons er nu of in het nageslacht weer opbrengen!

In het hoofdstuk Behandel-centrum > Holisme met de geest werd reeds aangehaald dat ziekte altijd een kwestie is van ontwikkeling: van geest (verkeerde keuzes) naar psyche, van psyche naar lichaamsfuncties, van lichaamsfuncties naar de organen en weefsels van het lichaam.

 

EVOLUTIE VAN ZIEKTE IN HET ALGEMEEN
van geest (bewustzijn) naar psyche
van psyche naar lichaamsfuncties
van lichaamsfuncties naar organen en weefsels van het lichaam

 

Niet altijd is elke fase hiervan even duidelijk zichtbaar. Zo kan het gebeuren dat er lichamelijke klachten ontstaan terwijl er naar ons idee nooit van een verstoring op psychisch niveau sprake is geweest. Ik moet daarbij opmerken dat een verstoring op psychisch niveau ook wel erg dramatisch klinkt. In feite is daar echter bij een lichte geïrriteerdheid of bij een beetje gespannen gevoel ook al sprake van. Soms ook wekken mensen aan de buitenkant de indruk geestelijk en psychisch erg stabiel te zijn, terwijl het plaatje er van binnen heel anders uitziet. In het algemeen wordt het psychisch niveau bij het ontstaan van ziekte dan ook niet overgeslagen, al is het niet altijd even duidelijk waar te nemen.

 

LICHAMELIJKE GEZONDHEID

Wanneer uiteindelijk de lichaamsfuncties en daarna het lichaam worden aangetast, gebeurt dat geleidelijk volgens bepaalde, elkaar opvolgende fasen. Een hartinfarct lijkt soms bij verrassing te komen, bij nadere beschouwing blijkt in de meeste gevallen dat er heel wat verstoringen aan vooraf zijn gegaan. In feite geldt dit voor alle ernstige, chronische ziekten. Kanker, multiple sclerose, enzovoort zijn altijd het eindstadium van een min of meer lang proces.

Vanaf het moment dat de eerste lichamelijke klachten verschijnen, zijn er globaal zes fasen aan dit proces te onderscheiden. Ik zal deze fasen achter elkaar beschrijven. Daaraan voorafgaand zal ik eerst de gezonde lichamelijke situatie beschrijven, dus de toestand zoals die er uitziet voordat er lichamelijke klachten ontstaan.

FASE 0: DE GEZONDE FASE

Dag in dag uit voeden we ons lichaam met voedsel via het spijsverteringskanaal, met zuurstof via de longen en zonlicht via de huid. Wat we vaak niet realiseren is dat we via deze organen ook gifstoffen (toxines) binnenkrijgen waardoor lichaamsvochten (bloed, lymfe, kliersappen, ...) verontreinigd raken.

 

VOEDING VOOR HET LICHAAM TER VOORKOMING VAN LICHAMELIJKE ZIEKTE VANDAAR HET BELANG VAN
voedsel via het spijsverteringskanaal een gezonde en gevarieerde voeding met correcte voedingsgewoonten
zuurstof via de longen bewegen
zonlicht via de huid zonnen of zonnebanken

 

Ons lichaam neemt via de voeding stoffen op uit de omgeving. In de maag en de darmen worden ze afgebroken, waarbij wordt uitgezocht wat bruikbaar is en wat niet. Onbruikbare stoffen worden weer uitgescheiden. Bruikbare stoffen worden via het bloed naar de lichaamscellen vervoerd waar ze gebruikt worden voor opbouw en energie. De afvalstoffen die daarbij ontstaan, worden door het bloed weer afgevoerd en door het lichaam uitgescheiden. Dat gebeurt via de dikke darm (ontlasting), via de nieren (urine), via de longen (die bij elke uitademing afvalstoffen naar buiten brengen) en via de huid (die altijd iets 'ademt' en op die manier ook stoffen kan afscheiden). Bij vrouwen kunnen bovendien via het menstruatieproces afvalstoffen buiten het lichaam worden gebracht.

Via al deze uitscheidingsorganen houden we ons lichaam dus schoon van afvalstoffen. En dat is belangrijk, want deze stoffen zijn in principe schadelijk voor ons lichaam.

Naast deze gewone afvalprodukten van de stofwisseling kunnen er ook andere schadelijke gifstoffen in het lichaam terechtkomen. Dat kan op twee manieren gebeuren: direct, doordat ze in onze voeding zitten (kleurstoffen, conserveermiddelen, enzovoort) of in de lucht die we inademen (luchtverontreiniging) en indirect doordat ons lichaam ze zelf produceert. Dat laatste kan op verschillende manieren gebeuren. Zo kunnen er in maag en darmen giftige stoffen ontstaan door verkeerde combinaties van voedingsmiddelen, enzovoort. Ook kan er een overbelasting van maag en darmen ontstaan door een teveel aan voedingsmiddelen. Ook al zijn bepaalde voedingsmiddelen nog zo gezond, biologisch verbouwd, enzovoort als we er te veel van krijgen, ontstaan er gistings- en rottingsprocessen waarbij giftige stoffen vrijkomen.

Ook psychische oorzaken kunnen het ontstaan van toxines bevorderen. Spanningen en irritaties kunnen via ons zenuwstelsel onze maag- en darmwerking verlammen. Afscheiding van maag- en darmsap wordt verminderd of gestopt en de bewegingen die maag en darm moeten maken om de vertering te stimuleren, worden stilgelegd. U kunt dat merken als u een dag heel gespannen of angstig bent. Trek om te eten heeft men in dat soort situaties meestal niet. En als u dan toch wat neemt, voelt u dat vaak uren daarna nog als een steen op de maag liggen. Wanneer het voedsel echter in de maag of darmen blijft liggen, hoe weinig het ook is, zal het gaan gisten en rotten, met als gevolg het ontstaan van giftige stoffen.

Het feit dat er gifstoffen in ons lichaam ontstaan, betekent niet direct dat er nu ook lichamelijke klachten van hoeven te komen. Als we een goede constitutie hebben, dus een opperbeste vitaliteit, kunnen we wel een tijdje aan psychische druk blootstaan, of een tijd verkeerd of teveel eten (wat trouwens ook weer vaak voortkomt uit psychische onevenwichtigheid). Onze sterke uitscheidingsorganen werken dan wel door en weten op tijd alle gifstoffen het lichaam uit te werken. Iemand met een zwakke constitutie zal daar meer moeite mee hebben. Maar zolang het organisme er nog in slaagt de gifstoffen uit te scheiden, treden er nog geen klachten op. Lichamelijk gezien zijn we dan nog gezond.

 

LICHAMELIJKE ZIEKTE (VERGIFTIGING) EN GENEZING (ONTGIFTIGING)

In het hoofdstuk Behandel-centrum > Holisme met de omgeving werd u reeds duidelijk gemaakt dat de laatste tientallen jaren het gifgehalte in het lichaam schrikbarend toegenomen is door een verhoogde aanvoer van toxines uit voeding, genotmiddelen, medicijnen, cosmetica, schoonmaakmiddelen, luchtvervuiling, ... . Het betreft vaak chemicaliën die niet in het lichaam van onze grootouders voorkwamen.

Naast deze vergiftiging van buitenaf is minstens zo belangrijk de interne vergiftiging als gevolg van overmatig en verkeerd eten en drinken en voedselontbinding in de darm.

Ontstekingshaarden, vaak het resultaat van vervuilde lichaamsvochten, kunnen ook giftige stoffen produceren.

Als gevolg van bovengenoemde ontwikkeling zien we steeds vaker dat de reinigings- (ontgiftigings-) organen zoals lever en lymfe en de uitscheidingsorganen zoals darmen, longen, huid en nieren overbelast raken. Dit geeft een onvoldoende verwijdering van gifstoffen waardoor deze zich vastzetten in het lichaam. De ernst van klachten neemt toe met de hoeveelheid toxines en de duur waarmee het lichaam eraan is blootgesteld. Een klacht of ziekte is een manier om het lichaam van toxines te ontdoen. Het lichaam geeft er ook een noodsignaal mee af, namelijk dat er sprake van vervuiling en behoefte aan bloed- en lichaamsvochtreiniging.

 

OORZAAK VAN LICHAMELIJKE ZIEKTE proces van VERGIFTIGING, vervuiling (van bloed- en lichaamsvochten)
BEHANDELING VAN LICHAMELIJKE ZIEKTE proces van ONTGIFTIGING, uitscheiding, reiniging (van bloed- en lichaamsvochten)

 

De grondgedachte van de reiniging van lichaamsvochten speelde in de prehistorie al een rol, maar het was de Griekse geneesheer Hippocrates die de humoraalpathologie (humoren = lichaamsvochten, pathologie = ziekteleer) ontwikkelde en op schrift stelde. Dit concept is een van de belangrijkste filosofieën binnen de complementaire geneeskunde gebleven. Het gaat ervan uit dat de gezondheid van de mens in de eerste plaats afhankelijk is van de gesteldheid van de lichaamsvochten. Een goede samenstelling en zuiverheid van de vochten garanderen een goede vitaliteit en gezondheid.

Veel geneesheren en wetenschappers grepen terug naar de humoraalpathologie en werkte deze verder uit. Een van hen is de Duitse arts Dr Reckeweg die de zogenaamde homotoxicologie (leer van de zelfvergiftiging) ontwikkelde. Deze leer ziet ziekelijke processen in het lichaam als een uiting van een strijd van de afweersystemen of vitaliteit tegen de vergiftigde stoffen en slakken (afvalstoffen van de stofwisseling). In zijn visie zijn uitscheidings- en ontstekingsaandoeningen nuttige processen die toxines onschadelijk maken en uitscheiden. Ziekte is dus een poging van de natuur (het lichaam) om schadelijke stoffen uit te bannen.

Dr Reckeweg maakte in zijn homotoxicoseleer een onderscheid in zes zelfvergiftigingsfasen, oplopend van licht verontreinigd tot zwaar vervuild. Bij de eerste drie fasen, de humorale ziektefasen, zijn het bloed en de lichaamsvochten verontreinigd. Bij de laatste drie fasen zijn de gifstoffen vanuit het bloed en de lichaamsvochten de cellen binnengedrongen, dit zijn de cellulaire ziektefasen. Iedere fase vraagt om een andere therapeutische ondersteuning.
Naarmate de gifaanvoer langer aanhoudt kan de zelfreiniging van het lichaam via lever, lymfe, longen, spijsverteringskanaal, huid en nieren ontoereikend worden. Dit leidt tot vergiftigingen van de lichaamsvochten en op een gegeven moment van de cellen en daarmee tot klachten. De klachten zijn een poging van het lichaam (de natuur) om de gifstoffen om te zetten en zich ervan te ontdoen. Naarmate dit mechanisme langer aanhoudt worden de klachten ernstiger en moeilijker ‘terug te draaien’.

 

FASEN 1 TOT EN MET 3 (HUMORALE FASEN) beschadiging BUITEN de lichaamscellen = vervuiling van bloed- en lichaamsvochten EXTRA-CELLULAIRE VERONTREINIGING MAXIMALE behandelingsprognose
BIOLOGISCHE GRENS (tussen extra-cellulair en intra-cellulair)
FASEN 4 TOT EN MET 6 (CELLULAIRE FASEN) beschadiging BINNEN de lichaamscellen = vervuiling van de cellen INTRA-CELLULAIRE VERONTREINIGING MINIMALE behandelingsprognose

 

Wanneer we de tabellen uit het hoofdstuk Behandel-centrum > Holisme met de geest ruwweg laten samensmelten met bovenstaande tabel, dan krijgen we het volgende overzicht.

 

FASEN 1 TOT EN MET 3 extra-cellulaire verontreiniging FUNCTIONELE STOORNIS (maximale behandelingsprognose) ziekte van lichaamsfuncties PLANTENRIJK
BIOLOGISCHE GRENS (tussen extra-cellulair en intra-cellulair)
FASEN 4 TOT EN MET 6 intra-cellulaire verontreiniging STRUCTURELE STOORNIS (minimale behandelingsprognose) ziekte van organen en weefsels MINERALENRIJK

 

HET RECKEWEG-SYSTEEM: DE 6-FASEN-TABEL

DE ORIGINELE TABEL

... in voorbereiding ...

DE AANGEPASTE TABEL

... in voorbereiding ...

 

 

HET RECKEWEG-SYSTEEM: DE 6 FASEN

FASE 1: DE EXCRETIE- OF UITSCHEIDINGSFASE (VERHOOGDE UITSCHEIDING)

De excretiefase is een inwendig reinigingsproces. Houdt de te grote produktie van gifstoffen lang aan, dan kunnen de gewone uitscheidingsorganen overbelast raken. De darmen, de nieren, de longen kunnen het niet meer aan. Om te voorkomen dat we met de gifstoffen in ons lichaam blijven zitten, kan het lichaam nu een aantal 'noodventielen' open zetten. Het opent de ‘sluizen’ van het lichaam door de reinigings- en uitscheidingsorganen en veiligheidskleppen op volle toeren te laten functioneren.

Dit uit zich in verkoudheidsaandoeningen (overmatige slijmen, hoesten), niezen, overmatig zweten, slijmafscheiding uit neus, mond en keel, overmatig en dik traanvocht, braken, vaginale afscheiding, heftige en klonterige menstruatie, stinkende adem, onfrisse lichaamsgeur, puistjes, oorsmeer, overmatige huidtalg-productie, diarree, stinkende ontlasting, donkere en stinkende urine, enzovoort. Op deze manier worden gifstoffen en de hierop goed gedijende virussen en bacteriën uit het lichaam gespoeld.

De afvoer van (emotioneel) gif kan zich ook uiten in lichtgeraaktheid en irritatie.

’s Nachts vindt de meeste reiniging plaats. Wanneer men ’s ochtends moe opstaat, duidt dit vaak op een verontreiniging.

De uitscheidingsfase kan zich ook uiten in gebrek aan eetlust, waardoor het lichaam probeert te voorkomen dat er nog meer gifvorming door vertering en stofwisseling ontstaan.

Het inzetten van deze 'noodventielen', met verhoogde uitscheiding tot gevolg, is een gerichte poging van het lichaam om het teveel aan gifstoffen alsnog uit te scheiden. Omdat dit langs de normaal-fysiologische wegen omgaat, is het in feite de eerste fase van ziekte. Omdat de klachten in deze fase meestal nog gering zijn, zullen we ze vaak nog niet als ziekte ervaren.

Mits op de juiste manier therapeutisch ondersteund bewerkt deze inwendige reiniging van de lichaamsvochten en -weefsels dat de zieke zich na zijn ziekte lichamelijk beter voelt dan daarvoor. Deze uitscheidingsziekten zijn daarom (inwendige) reinigingsprocessen van het lichaam. Hoe sneller en grondiger het lichaam de gifstoffen uitscheidt, hoe sneller een ziekte overwonnen wordt.

FASE 2: DE REACTIE- OF ONTSTEKINGSFASE: ONTSTEKING EN/OF KOORTS (ACUTE ZIEKTE)

Als de oorzaak van het ontstaan van gifstoffen blijft bestaan, zullen ook deze 'nooduitlaten' op den duur niet voldoende zijn om de toxines kwijt te raken. De verhoogde uitscheiding kan na zekere tijd niet meer alleen via de gebruikelijke afvoerkanalen, en dus zoekt het lichaam andere oplossingen. Bovendien, de rommel die via deze 'noodkanalen' naar buiten komt, vinden we meestal vies en lastig. Dus zullen we proberen er wat aan te doen. En hiermee begint dan de ellende.

Er iets aan doen, betekent namelijk dat we proberen te voorkomen dat het lichaam zijn gifstoffen kwijtraakt. Zo proberen we bijvoorbeeld overmatige transpiratie te voorkomen door het gebruik van roller, stick en spray. De poriën worden dichtgesmeerd en het lichaam kan zijn afval niet meer kwijt. Het gevolg is dat gifstoffen in het bloed blijven circuleren en op verschillende plaatsen in de weefsels terechtkomen, vooral in het vet- en bindweefsel, waar ze het minst kwaad kunnen. We herkennen dat aan het gevoel van moeheid waar velen van ons mee rondlopen. We zijn niet ziek, maar om nu te zeggen dat we ons overdreven fit voelen, nee. De bekende voorjaarsmoeheid berust hier ook op: het weer actief en beweeglijk worden zorgt ervoor dat gifstoffen zich uit de weefsels losmaken en in het bloed terechtkomen. Daar worden we moe van.

Ons vindingrijke lichaam weet echter ook met deze situatie wel raad. Waar hoge concentraties gifstoffen aanwezig zijn, wordt een vuurtje gestookt: via ontsteking en koorts (dus via een zogenaamde acute ziekte) worden gifstoffen 'verbrand' en onschadelijk gemaakt. Het is voldoende te weten dat koorts een zinvolle reactie van het lichaam is met de bedoeling gifstoffen onschadelijk te maken.

Wanneer dus de uitscheidingsreacties er niet in slagen om de afvalstoffen te verwijderen, probeert het lichaam ze te verwijderen met lokale ontstekingen zoals neuritis (zenuwontsteking), artritis (gewrichtsontsteking), hepatitis (leverontsteking), sinusitis (neusholteontsteking), bronchitis (bronchiënontsteking), colitis (darmontsteking) en nefritis (’-itis’ = ontsteking). Bacteriële en virale ontstekingen ontstaan bij voorkeur op zwakke plekken van het lichaam waar de meeste afvalstoffen liggen opgeslagen (de bacterie of virus is dus niet de oorzaak maar de aanleiding voor een ontsteking). De slakken en gifstoffen worden hierdoor onschadelijk gemaakt en naar buiten afgevoerd. Dit uit zich in de vorm van etter, slijm, afscheidingen, abcessen, bindweefselontstekingen, angina, huiduitslag of eczeem.

Deze '-itissen' zijn een 'noodkreet' van het betreffende orgaan of weefsel om zuiver bloed. Artritis: een noodkreet van het gewricht om zuiverder bloed; neuritis: een noodkreet van de zenuw om zuiverder bloed; hepatitis: een noodkreet van de lever om zuiverder bloed, ...

Wanneer er zich teveel afvalstoffen in het lichaam bevinden, breekt er een acute ziekte uit, bijvoorbeeld in de vorm van griep. Voorafgaande hieraan worden de in de weefsels opgeslagen afvalstoffen in het bloed gebracht. Dit veroorzaakt de bekende voorverschijnselen zoals moeheid, hoofdpijn, spierpijn en sufheid. Het immuunsysteem reageert vervolgens door er grote hoeveelheden witte bloedlichaampjes heen te sturen, de bloedvaten te verwijden en antistoffen aan te maken. De hiermee gepaardgaande temperatuurverhoging of koorts, heeft tot doel de verbranding in de cel te verhogen waardoor afvalstoffen sneller worden omgezet. Koorts is dus een uiting van grote vitale kracht die niet onderdrukt maar ondersteund dient te worden. Verkoudheden en griep zijn niet alleen aan plotselinge afkoeling of bacteriële of virale besmetting te wijten, maar ook aan de slechte toestand waarin zich de weefsels en lichaamsvochten bevinden. Om die reden is onderdrukking van deze ziekten uitsluitend met bacterievijandige middelen niet bevorderlijk voor de gezondheid. Het innerlijke reinigingsproces, de genezing brengende ziekte, wordt hiermee namelijk onderdrukt waardoor men de depositie- of neerslagfase uitlokt.

Op het psychisch vlak uit de reactiefase zich in woedeaanvallen, huilbuien en conflicten opzoeken met de omgeving.

FASE 3: DE DEPOSITIE-, BEWARINGS-, AFZETTINGS-, NEERSLAG- OF VERSLAKKINGSFASE

Helaas, het grote succesnummer van de klassieke geneeskunde is nu juist de bestrijding van ontstekingen en koorts. Terwijl chronische ziekten vaak een probleem vormen voor de reguliere geneeskunde, heeft men in de loop der jaren voor de acute aandoeningen een zeer doeltreffend arsenaal van 'genees'middelen aangelegd. Het gevolg is, dat door middel van koortswerende en ontstekingsremmende middelen al snel een einde wordt gemaakt aan de acute ziekte. Het vuurtje waarmee het lichaam de gifstoffen aan het verbranden was, wordt gedoofd door er figuurlijk een emmer zand (antibiotica) over heen te gooien. Het resultaat is dat de toxines, tezamen met de resten van de ontstekingsprodukten, in het lichaam achterblijven. Gevolg hiervan is het bekende katterige gevoel na een antibioticakuur: de koorts is weg, maar beter is anders. Hoe sterker iemands vitaliteit, hoe vaker het lichaam het nog eens met een acute ziekte zal proberen. Maar na herhaalde pogingen, die steeds weer met een antibiotica'kuurtje' onderdrukt worden, zal de weerstand van het lichaam geleidelijk afnemen. De pogingen van het lichaam zullen steeds zwakker worden en uiteindelijk zal het lichaam zijn opruimpogingen opgeven.

Het lichaam zit nu met het probleem dat zowel de uitscheiding als de 'verbranding' van gifstoffen onmogelijk wordt gemaakt. Omdat het zichzelf toch wil behoeden voor de schadelijke invloed van die toxines op het lichaam, zal ons organisme een andere oplossing zoeken voor het afvalprobleem. Het probeert de gifstoffen op veilige plaatsen in het lichaam te dumpen. Zoals wij ons kernafval in beton storten en op de bodem van de oceaan leggen en dan in ieder geval voorlopig even van het probleem af zijn, zo probeert het lichaam de gifstoffen op een veilige plaats op te bergen. Het doet dat, heel slim, op plaatsen waar dat zo weinig mogelijk schade aan kan richten. In de vorige fase zagen we al dat gifstoffen terechtkwamen in vet- en bindweefsel. Als deze mogelijkheden zijn uitgeput, zullen ook in andere weefsels afvalstoffen worden afgezet. Zo ontstaan huidverhardingen, neuspoliepen, galstenen, nierstenen, afzetting in de spieren, aderverkalking, enzovoort.

Wanneer het lichaam dus niet meer in staat is zijn toxische stoffen uit te scheiden zet het ze ‘op een dood spoor’. Dit opslaan gebeurt aanvankelijk in de meer primitieve en minder belangrijke vet- en bindweefsels en in de onderhuidse celweefsels. De afvalstoffen nestelen zich in de ruimten tussen de cellen (extracellulair), het intercellulaire weefsel dat belangrijk is voor het transport van voedingsstoffen en zuurstof van het bloed naar de cellen en van verbrandingsresten van de cellen terug naar het bloed. Het bindweefsel heeft als opslagweefsel een belangrijke filterfunctie. Alle stoffen die vanuit het bloed naar de orgaancellen gaan passeren eerst het bindweefsel. De functies van deze weefsels kunnen op een geven moment sterk belemmerd worden.

Indien dit proces van afzetting en verslakking niet wordt teruggedrongen of tot staan wordt gebracht door passende maatregelen (bijvoorbeeld door middel van therapie het reinigen van bloed- en lichaamsvochten), zullen ook andere weefsels gaan stockeren of verslakken, waardoor onder andere de (slag)aderwanden, gewrichten, wervels, de hartspier, de zenuwen en de zintuigen vervuild worden.

Uitingen van de neerslagfase zijn: neus-, strottenhoofd- en keelpoliepen, maagdarmzweren, endeldarmpoliepen, beginnend astma, levervlekken en andere huidverontreinigingen, steenvorming in de nieren, gal en galblaas, oedemen, jichtknobbels, plaatselijke verhardingen in het spierweefsel, reumaverschijnselen van de weke delen, ruimte in de gewrichten, chronische gewrichtsontsteking, aderverkalking, chronische klierzwellingen, hoge bloedruk door slechte nierwerking, baarmoederpoliepen, endometriosis, pijnlijke menstruaties, vergrootte keelamandelen, vergroeiingen van de wervelkolom, goedaardige tumoren (lipomen, myomen, poliepen), goedaardige prostaatvergroting, vetkussens, grauwe staar, enzovoort. Dit is echter een gevaarlijk principe, want deze opeengehoopte toxines kunnen lokaal zo een vernietigende werking uitoefenen, dat door beschadiging van de (intra-)cellulaire mechanismen de biologische grenslijn overschreven wordt.

Op emotioneel niveau uit deze fase zich in het niet meer durven reageren op indrukken, het oppotten van gevoelens, een gevoel van onbevredigdheid.

Aangezien we aanvankelijk van het verslakkingsproces in ons lichaam niet veel merken, wordt dit ziektestadium ook wel de pseudostille fase genoemd. Als het lichaam in dit stadium een uitscheidingsziekte oploopt heeft het geluk: de al lang in het lichaam opgeslagen gifstoffen worden dan voor een deel verwijderd.

FASE 4: DE IMPREGNATIE-, INDRINGINGS- OF VERZADIGINGSFASE

Terwijl tot nu toe in het algemeen nog geen celbeschadigingen (intracellulair) zijn opgetreden, verandert dit in de impregnatiefase. De concentratie van gifstoffen wordt nu zo hoog, dat er beschadigingen aan de cellen kunnen ontstaan. Ook hierbij zien we een doelmatige reactie van het lichaam. Zoveel mogelijk wordt geprobeerd de schade te beperken tot de minst belangrijke organen en weefsels. Bovendien wordt geprobeerd zoveel mogelijk gifstoffen in zo weinig mogelijk cellen onder te brengen.

Als de zich opgehoopte giftige stoffen niet meer kunnen worden uitgescheiden of opgeslagen, slaan ze terug op verzwakte organen. Ze dringen de celwand binnen en beschadigen de celstructuur. Als gevolg daarvan worden organen beschadigd. Zo ontstaan: huidverkleuringen (pigmentaties), maagdarm-zweren, maagontstekingen (gastritis), colitis, leverbeschadigingen, astmatische bronchitis, gezwollen lymfeklieren, kalkverarming in het beendergestel (osteomalacie), chronische slijmvliesontstekingen, astma, maagdarm zweren, zenuwontstekingen, vormen van migraine, geheugenzwakte, epilepsie, beginnende multiple sclerose, gevorderde atherosclerose, hartspierzwakte (myocardiopathie), gebreken aan de hartkleppen, vormen van bloedarmoede, leverfunctiestoornissen, galziekte (cholecystopathie), schildklierstoringen, chronische ontstekingen van de eierstokken, verharding van spieren, vergroeiing van de rugwervels (spondylopathie), reumatoïde artritis, enzovoort.

Op het psychische niveau raakt men het contact met de oorspronkelijke behoeften verloren, wordt men depressief of juist geleefd door de emoties.

Genezing van aandoeningen in deze fase kost meer tijd en gaat gepaard met reacties zoals die in fase 1 en 2 zijn beschreven. Deze reacties moeten de ruimte krijgen.
Voor het terugdringen van deze aandoeningen, waarvan de klinische benaming voor het merendeel op de uitgang '–pathie' eindigen, is ontgiftiging, in sommige gevallen een langdurige geschiedenis, noodzakelijk. Dit terugdringen is echter nog moeilijker te realiseren dan in het humorale ziektestadium (fasen 1 tot en met 3).

FASE 5: DE DEGENERATIE- OF ONTAARDINGSFASE

In de vorige fase werden de cellen aangetast, maar was (gedeeltelijk) herstel soms nog mogelijk. In de degeneratiefase is de beschadiging van cellen onomkeerbaar. Weefsels worden aangetast en er is geen weg terug meer. Er ontstaan verlammingen, multiple sclerose, leververharding, werveldegeneratie, tuberculose, steriliteit.

In deze fase zijn de cellen gezwicht voor de druk van de voortdurende stroom van binnengedrongen gifstoffen. De schade van de afvalstoffen grijpt dermate diep in de orgaanstructuur, dat ze onherstelbaar is geworden. Intracellulaire structuren worden aangetast en tenslotte vernietigd.

Omdat veel gifstoffen de lever passeren is dit orgaan in het bijzonder zeer kwetsbaar voor degeneratie.

Aandoeningen die samenhangen met deze fase van vervuiling zijn leverchirrose, verschrompelde nieren, open been, multiple sclerose, ziekte van Parkinson, verlammingen van organen, epilepsie, doofheid, blindheid, coördinatiestoornissen, verlaagde schildklierwerking, beroerte, ... . Het gaat hier om heel moeilijk behandelbare ziektetoestanden, dikwijls '-ose' genoemd: arteriosclerose, nephrose, dermatose, cirrhose, tuberculose, arthrose, enzovoort.

Psychisch zie je volledige apathie, een onvermogen om gevoelsmatig te reageren en vereenzelviging met deze staat van zijn.

De therapie is vooral gericht op het stopzetten van het degeneratieve proces.

FASE 6: DE NEOPLASMA- OF NIEUWVORMINGSFASE

De laatste fase is de fase van de woekering. De celhuishouding is zover ontregeld door voortdurende beschadiging, dat cellen zich niet meer storen aan het groter geheel, maar 'voor zichzelf beginnen' ten koste van hun omgeving en uiteindelijk ten koste van zichzelf. Het is de fase van gezwelvorming, van kanker.

Hier beschadigen afvalstoffen de celkern met haar chromosomen. De celdeling wordt verstoord en er kan woekering van sommige cellen ontstaan. In deze fase kunnen kankerbevorderende gifstoffen, de zogenaamde carcino-toxines, zwakke plekken in het weefsel aangrijpen en kanker veroorzaken. Alles wijst er echter op dat deze carcino-toxines slechts daar hun verwoestende werking kunnen uitoefenen waar reeds lange tijd een onophoudelijke of bijzonder ernstige vergiftiging heeft plaatsgevonden.

Er vinden in deze fase meestal geen uitscheidingsreacties plaats omdat de afvalstoffen zich in het gezwel hebben geconcentreerd.

Op psychisch niveau kan deze fase zich uiten in het gevoel jezelf kwijt te zijn en dit te wijten aan iets buiten jezelf, gevoelens van diepe haat, neiging tot zelfdestructie. Angsten die zich kunnen uiten in fobieën, wanen of paranoïde gedrag.

 

«» Start « » Behandel-centrum « » Sauna-centrum « » Zonne-centrum «»